Ga jij staan?

 

Systemisch werk betekend dat je mag gaan staan. Op verzoek of op uitnodiging. Staan voor iets of iemand. Of iemand anders gaat staan voor jou. Maar ga jij ook voor jezelf staan?

Durf jij voor jezelf te gaan staan? Met alles wat je voelt, wat je denkt, wat je verlangt, wat je wil. Durf jij die dingen te uiten of navolging te geven? Zonder jezelf te veroordelen. Of zelfs met je eigen oordeel. Maar dat er dan laten zijn. Of met angst. Voor het oordeel van een ander. Angst voor onbegrip. Angst om verlaten te worden. 

Durf jij voor jezelf te gaan staan als je in je eentje bent? Of in een menigte? In een intieme setting? Als je iets wil zeggen of doen maar je twijfelt, je vind het spannend. Bijvoorbeeld iemand wijzen op fouten of juist op hun kwaliteit. Durf je dan te gaan staan voor die twijfel, voor die spanning? Durf je te gaan staan voor je mening of je oordeel over een persoon of situatie. Of durf je juist te kiezen voor stilte. Voor afstand, voor ruimte. 

Durf jij letterlijk in je eigen schoenen te gaan staan? Schoenen die je misschien nog nooit hebt gedragen. Waar je toen, lang geleden een intentie voor hebt gezet. Omdat je iets voelde, iets dacht, iets wilde, iets verlangde. Misschien wilde je gaan sporten. Dansen of toneelspelen. Zang of gitaarles volgen. Of die ene reis maken, die leuke persoon bezoeken of bij het graf van die dierbare langs. Of toch die snelle auto kopen. Of dat grote huis. 

Ik nodig je uit om denkbeeldig in die schoenen te gaan staan. Met je ogen open of dicht, wat jij prettig vind. Stap met die schoenen in die auto of loop dat huis binnen. Of loop dat podium op of het vliegtuig binnen. Neem de tijd. Wees je bewust van die schoenen, je omgeving en jezelf. En kijk maar eens wat er in je opkomt. Kijk maar wat er gebeurt. Durf te blijven staan. Met alle gedachten, gevoelens en emoties die in jouw verschijnen zolang je daar staat.

Gaat de oefening lekker voor je gevoel? Of vind je het lastig? Om te zien of te voelen als je daar staat. Voel je weerstand? in de vorm van bijvoorbeeld angst of twijfel? Of verdriet? Is er een oordeel? Of een andere gedachte die de oefening lijkt te verstoren? Wat is die gedachte dan? Is die waar, is die helpend? Kun je dat wat je denkt echt weten? Of weet je het niet meer en is alles verwarrend? En kun je dat er dan ook laten zijn terwijl je daar staat?

Er kan in deze oefening heel weinig of een hoop gebeuren. Misschien worden je dingen duidelijk. Kun je er na een beslissing nemen of juist nog even uitstellen omdat je nog meer wilt onderzocht. En mocht je er echt niet uit komen…kun je altijd een afspraak met mij maken 

Groet,

Marcel